Omgevingsvergunning

Bij het plaatsen van KWI’s is toestemming op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) nodig. De Wabo is in werking getreden op 1 oktober 2010. De omgevingsvergunning kan betrekking hebben op verschillende activiteiten, zoals het bouwen van een bouwwerk, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan of op het oprichten van een milieu-inrichting

Een KWI is een bouwwerk en wordt gerekend tot de categorie “overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de artikelen 2.10 – 2.21 Wabo wordt bepaald dat een omgevingsaanvraag onder meer moet worden getoetst aan:

  • Het bestemmingsplan
  • Het Bouwbesluit
  • De Bouwverordening
  • Indien het om een monument gaat zal Monumentenzorg een advies afgeven.
  • De welstandseisen
  • De Wet Milieubeheer. Als de aanvraag eveneens ziet op milieuvergunningplichtige activiteiten, wordt tevens aan artikel 2.14 Wabo en de toepasselijke bepalingen van de Wet Milieubeheer getoetst.
  • (eventueel) Het advies van de Commissie Tunnelveiligheid

Toetsingscriteria

In onderstaande afbeelding wordt schematisch weergegeven hoe de relevante toetsing plaatsvindt bij de gemeente (Amsterdam). Een KWI is altijd vergunningplichtig voor bouwen en is in de regel meldingsplichtig voor milieu.

Indien een aanvraag niet in overeenstemming is met één of meerdere van de bovenstaande geschetste toetsingskaders dient de aanvraag te worden geweigerd. De toetsingskaders worden door verschillende instanties vastgesteld: 

  1. Bestemmingsplan. Ten aanzien van het bestemmingsplan treedt afhankelijk van het betreffende gebied het gemeentebestuur of het (stadsdeel)bestuur als bevoegd gezag op. Het bestemmingsplan verzet zich veelal ook niet tegen het plaatsen van KWI. Het plaatsen van een KWI brengt echter wel strijd met het bestemmingsplan met zich mee als hierbij de toegestane maximum bouwhoogte wordt overschreden. Ook kan het gebruik van de KWI in strijd zijn met de doeleindenomschrijving. Bijvoorbeeld KWI op bestemming Openbaar Groen.
  2. Bouwbesluit. Het Bouwbesluit wordt door de rijksoverheid vastgesteld. Het Bouwbesluit is een uniform landelijk besluit (AMvB = Algemene Maatregel van Bestuur). Indien de KWI wordt gebouwd volgens de toepasselijke bouwnormen, verzet dit besluit zich in beginsel niet tegen de plaatsing van kleine windmolens.
  3. Bouwverordening. De Bouwverordening wordt door het gemeentebestuur vastgesteld. De verordening heeft beperkte relevantie bij de toetsing van een aanvraag voor KWI.
  4. Monumentenzorg. De toets door Monumentenzorg is relevant in gebieden die zijn aangewezen als beschermd stadsgezicht en gebouwen met een monumentstatus. Deze toets wordt hier niet verder uitgewerkt aangezien plaatsing van een KWI op een monument of in een beschermd stadsgezicht in beginsel niet wenselijk wordt geacht met uitzondering van icoon en symbool gebouwen.
  5. Welstand. De welstandeisen worden, afhankelijk van het betreffende gebied, door het gemeentebestuur of het (stadsdeel)bestuur als bevoegd gezag vastgesteld in de welstandsnota’s. Deze welstandsnota’s moeten voldoen aan de algemene Basisnota. De Basisnota wordt door de centrale stad vastgesteld. 

Welstandskader KWI's Amsterdam

Naast het toepassen van de eerder beschreven vuistregels en toetsingscriteria is de volgende richtlijn voorgesteld op basis van de gebruikelijke indeling van de ruimtelijke systemen uit het Welstandskader. Voor de basisnota gebieden kaart klik hier. Deze richtlijn zal moeten worden verwerkt in de individuele / lokale, opnieuw vast te stellen, Welstandsnota’s. In sommige gebieden zal het plaatsen van KWI niet worden toegestaan. In andere gebieden wordt dit wel toegestaan en wordt er geen (reguliere) welstandstoets uitgevoerd.

  • Plaatsing KWI niet toegestaan. Het ruimtelijk systeem binnenstad en de historische fragmenten met uitzondering van gebouwen met symboolwaarde. Hieronder verstaan we gebouwen met een educatieve of openbare functie zoals scholen, musea, bibliotheken. Deze uitzonderingen worden onderworpen aan de welstandstoets zoals beschreven
  • Plaatsing KWI na welstandstoets:
    • Gordel ’20-’40
    • De 19e eeuwse Ring
    • Tuindorpen
    • Verstedelijkte havengebieden
    • Woongebieden na 1985
    • Transformatiegebieden
    • AUP (Algemene Uitbreidingsplan)
    • Post – AUP
    • Woonerven en meanders
    • Perifere groen- en watergebieden
    • Ringen en radialen
    • Aanvullende woningbouwlocaties
  • Plaatsing KWI zonder welstandstoets:
    • Kantoor- en bedrijfsterreinen (inclusief Westpoort)
    • ‘Welstandsvrije’ gebieden zoals een deel van Steigereiland (IJburg 1ste fase)
    • Langs grootschalige infrastructuur (bijv. spoorwegen en kanalen) 

Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van artikel 12 lid 2 van de Woningwet die het mogelijk maakt dat voor bepaalde bouwwerken in bepaalde gebieden geen welstandstoets hoeft plaats te vinden. Dit besluit wordt door de stadsdeelraad genomen en door de gemeenteraad waar het de grootstedelijke gebieden betreft.

Bestemmingsplan wijzigingen afwegingen

Het bestemmingsplan geeft regels over, onder andere, de bestemming, de maximale bouwhoogte van bouwwerken en het gebruik van gronden.

  • Technische installaties (bijvoorbeeld airco’s) vallen over het algemeen onder een bepaalde hoofdbestemming (zoals wonen, kantoren, bedrijven) als ze daarmee functioneel verbonden en daaraan ondergeschikt zijn. Over het algemeen zal een KWI dus passen in de bestemmingsomschrijving van een bestemmingsplan, maar niet noodzakelijk. Zo zal een KWI strijdig zijn met de bestemming Tuinen. Om dergelijke strijdigheid te voorkomen, kunnen de regels van het bestemmingsplan aangepast worden.
  • Verdere belemmering kan zijn dat woningen of andere gebouwen waarop de KWI’s worden geplaatst zelf vaak al tot de maximale bouwhoogte worden gebouwd, waardoor weinig ruimte over blijft om nog een windinstallatie op het dak te plaatsen. Als de KWI niet op een gebouw, maar rechtstreeks op de grond / het maaiveld wordt geplaatst, dan is de in het bestemmingsplan voorgeschreven maximale bouwhoogte voor bouwwerken, niet zijnde gebouwen, van toepassing. Heel vaak is dit erg laag; bijvoorbeeld 3 meter. Als algemene regel geldt dat de bouwhoogte van een bouwwerk wordt gemeten tot aan het hoogste punt van het bouwwerk. Stadsdelen en Projectbureaus hebben beleidsvrijheid om naar eigen inzicht beleid te formuleren ten aanzien van deze KWI’s omdat er geen sprake is van effecten op Structuurvisieniveau.
  • Om plaatsing van KWI’s mogelijk te maken kan het zijn dat het bestemmingsplan (partieel) herzien moet worden. Het bestemmingsplan kan in zijn geheel herzien worden, dit gebeurt in de regel een keer in de tien jaar overeenkomstig de Wro. Ook kan per aanvraag bekeken worden of afwijking toegestaan is. In een dergelijk geval beoordeelt het stadsdeel of de stad of er aanleiding is om in afwijking van het bestemmingsplan de vergunning toch te verlenen. Hierbij spelen verschillende belangen een rol:
    • Het klimaatbeleid. Zoals voorbeeldfunctie, bewustwording, opwekken duurzame energie
    • Het stedenbouwkundig eindresultaat
    • De belangen van omwonende
    • En of de plaatsing van de installatie geen hinder of gevaar oplevert voor de omgeving.
    • Ook moet meegenomen worden dat plaatsing nabij bestaande KWI’s kan betekenen dat de KWI’s elkaars biotoop kunnen hinderen. Een windturbine kan wind afvangen van een andere turbine.
    • Andere mogelijke vormen van hinder zijn:
      • Geluid
      • Schitteringen of schaduw. Weerkaatsing of onderbreking van zonnestralen, die door de bewegende schoepen worden omgezet in schitteringen of schaduwwerking of hinder voor fauna (vogels, vleermuizen). 
  • Verder is het mogelijk beleid te ontwikkelen, gericht op het al dan niet verlenen van medewerking aan afwijkingen van het bestemmingsplan. Dit ‘afwijkingsbeleid’ kan worden toegepast bij beoordeling van een aanvraag om een KWI die in strijd met het bestemmingsplan is. Deze richtlijn kan na vaststelling hiervan als ‘afwijkingsbeleid’ worden toegepast. 

Mogelijkheden voor toestaan KWI's in bestemmingsplannen

Hierna worden de mogelijkheden genoemd die toegepast kunnen worden om het toestaan van KWI in bestemmingsplannen, of het op basis van beleid afwijken van een bestemmingsplan, te vereenvoudigen:

  • Nieuw vast te stellen of herziening van bestemmingsplan. Aanbevolen wordt dat voor gebieden waar het stadsdeel / de centrale stad KWI’s wil toelaten in nieuw vast te stellen bestemmingsplannen of herzieningen van bestemmingsplannen het stadsdeel / de centrale stad de volgende regel opneemt. 
    • Voorbeeld voor de formulering van een regulier bestemmingsplanregel: 
      Artikel xx: Algemene bouwregels: 
      Bevestigd aan gebouw: De bouwhoogte mag met maximaal …meter worden overschreden ten behoeve van windinstallaties voor het opwekken van duurzame energie.
      Op het maaiveld: In bestemming....op de plankaart mogen windinstallaties voor het opwekken van duurzame energie van maximaal ... meter worden gerealiseerd.

Omgevingsvergunning voor afwijking bestemmingsplan

Als de aanvraag voor het plaatsen van de KWI niet past in het bestemmingsplan, kan afwijking van het bestemmingsplan toegestaan worden door middel van een omgevingsvergunning. Er zijn verschillende mogelijkheden om afwijking toe te staan.

  • Wabo, artikel 2.12 lid 1 sub a onder 1 (voorheen Binnenplanse ontheffing): Eerst wordt gekeken of er in de regels van het bestemmingsplan een mogelijkheid voor afwijking is opgenomen. Deze procedure is een lichte procedure. Het besluit dient een ruimtelijke motivering te bevatten over de noodzaak van afwijking en de aanvaardbaarheid daarvan.
  • Wabo, artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 (voorheen Buitenplanse ontheffing voor kleine gevallen). Afwijking kan ook toegestaan worden als het gaat om nader aangewezen gevallen, die over het algemeen geringe planologische relevantie hebben. De kleine afwijkingen zijn aangewezen in het Besluit omgevingsrecht (Bor). In de praktijk wordt dit de “lijst van kruimelgevallen” genoemd. Dit is ook een lichte procedure maar voldoet de maatregel hier niet aan, dan kan geen gebruik worden gemaakt van deze vorm van omgevingsvergunning.
    Notabene: Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu werkt momenteel aan een plan dat deze procedures vereenvoudigt. KWI’s worden dan opgenomen in de “lijst van kruimelgevallen”, waardoor het stads(deel)bestuur resp. de centrale stad direct de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan kunnen verlenen, zonder aanpassing van het bestemmingsplan. Verwacht wordt dat de nieuwe regeling in 2011 van kracht wordt. Een dergelijk besluit dient een ruimtelijke motivering te bevatten over de noodzaak van afwijking en de aanvaardbaarheid daarvan (DGEM: de BOR lijkt geen standaard aanpassing te hebben ondergaan voor KWI's).
  • Wabo, artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 (voorheen Projectbesluit). Ook buiten bovengenoemde mogelijkheden kan een omgevingsvergunning verleend worden. De belangrijkste voorwaarde is dat het besluit moet voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (net als een bestemmingsplan en de overige afwijkingen daarvan) en het moet vergezeld gaan van een ruimtelijke onderbouwing. Dit is inhoudelijk te vergelijken met de toelichting van het bestemmingsplan. Het is een uitgebreide procedure. 

Het stadsdeel of de centrale stad is - afhankelijk van betreffende gebied - bevoegd om een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van de in toegestane maximale bouwhoogte ten behoeve van windinstallaties bestemd voor het opwekken van duurzame energie. Het is wenselijk beleid vast te laten stellen, waarin helder staat vermeld in welke gevallen en in welke gebieden medewerking wordt verleend aan afwijkingen van het bestemmingsplan. Deze richtlijn kan na vaststelling hiervan als ‘afwijkingsbeleid’ worden toegepast. Op het moment dat KWI is opgenomen in de lijst van kruimelgevallen (Bor), kan de omgevingsvergunning op grond van Wabo, artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 worden verleend.

Nieuws tracker

SDE Voorjaarsronde fase 2 debacle bij het RVO

Geplaatst op 13/03/2017
We leven toch al een aantal jaren in het e-tijdperk. Secure access, load balancing, automatische capaciteitsaanpassingen, 24x7 ondersteuning. Daarvan was...

Meer SDE voor meer kansen op verduurzaming

Geplaatst op 23/05/2016
SDE staat voor Stimulering Duurzame Energieproductie. Omdat de kostprijs van duurzame energie (tot nog toe) hoger is dan die van grijze energie, is...

Green Battery introduceert accu container

Geplaatst op 12/04/2016
Eerder berichten wij over Green Battery. Een Nederlands bedrijf dat zich richt op het verzorgen van event- en festival stroom, maar dan...

Neem contact op

De Groene Energie Maatschappij

Tel: 0031 85 00 35 300
email: info@dgem.nl

KVK: 58676872
BTW nr. NL166513350B02

Blijf in contact